Cabaret
Merlijn Doomernik

Patrick Nederkoorn: “Ik zit soms snotterend naar een debat te kijken”

Op zijn negentiende belandde Patrick Nederkoorn (35) in de gemeenteraad van Amersfoort, waar hij het schopte tot fractievoorzitter van D66. Hij verwerkte zijn ervaringen in de voorstelling ‘Ik betreur de ophef’, die nu online te bekijken is. Naast een vlijmscherpe en grappige kritiek op de hedendaagse politiek is het vooral een innemend pleidooi om uit te komen voor je fouten en ervan te leren. Zelf geeft hij het goede voorbeeld, door op het podium zijn vroegere zelf eens flink de maat te nemen. We interviewden hem over kwetsbaarheid, aanmodderen en hoe ontroerend de democratie kan zijn.

In ‘Ik betreur de ophef’ vertel je over je ervaring met een ayahuasca cleanse, een ceremonie met een Zuid-Amerikaanse thee waarvan je urenlang gaat hallucineren. Voelde deze show ook als een soort cleanse of zelfs boetedoening?

“Ik merkte dat het in de politieke wereld heel moeilijk is om te erkennen wat je niet goed hebt gedaan. Terwijl het juist belangrijk is om te benoemen wanneer je ernaast zat, in plaats van de hele tijd naar buiten te projecteren hoe goed je wel niet bent. Dan kun je namelijk ook zeggen wat je ervan geleerd hebt. En dat is wat zo’n ayahuascasessie ook doet. Je haalt zo veel shit naar boven en daarna, zo werkte het althans voor mij, voel je je een stuk lichter. Ik geloof dat het voor politici ook goed zou zijn als ze naar boven zouden halen waar ze spijt van hebben of waar ze fouten hebben gemaakt. Dat merk je in deze Coronatijd ook. Op het moment dat politici zeggen ‘we weten het niet zo goed’, dan merk ik dat ik grappig genoeg meer vertrouwen in ze krijg. Zo van: ja, ik weet het ook niet allemaal in mijn leven. Als iemand helemaal perfect is, ga ik diegene wantrouwen.”

Denk je dat er wel ruimte is voor politici om zich zo kwetsbaar op te stellen?

“Ja, maar dat vraagt natuurlijk van ons ook een zekere mildheid en daarvan zou er wel wat meer mogen zijn. Ik heb de voorstelling ook een aantal keer voor gemeenteraden en landelijke politici gespeeld en na afloop komen er allemaal verhalen los. Na afloop van een optreden kwam een burgemeester mij eens vertellen hoe hij een keer over een weg reed en dacht ‘’wat is dit voor vreselijke weg!” en toen bedacht dat hij die jaren eerder zelf had laten aanleggen. Dat nam mij zo voor hem in. Politici modderen natuurlijk ook aan, en onder hele hoge druk, dus ik heb enorm veel waardering voor ze. Maar volgens mij moeten ze dat proces van maar wat aanmodderen niet wegduwen, maar juist durven erkennen. De voorstelling is ook echt geen aanval op de politiek, maar is vooral een aanval op politici waar alles maar vanaf lijkt te glijden.”

Was dat jouw bedoeling toen het idee voor deze voorstelling ontstond: om het goede voorbeeld te geven?

“Nee, eigenlijk niet. Dat heb ik echt te danken aan regisseur Pieter Bouwman. Hij is degene die mij een enorme spiegel heeft voorgehouden in dit hele proces. Ik kwam naar hem toe met wat materiaal uit die politieke tijd en toen was ik nog steeds bezig om hem ervan te overtuigen hoe goed ik als Raadslid was. Terwijl hij luisterde naar audiofragmenten van debatten en zei: “hoor je nou eigenlijk wel wat je hier zegt?”. Dat vond ik heel grappig. Dat mechanisme van het goedpraten zat er nog helemaal in. Ik heb hem er echt wel voor nodig gehad om er op een kritische manier naar te kijken.”

Patrick Nederkoorn, copyright Merlijn Doomernik

Je kritiek op de politiek komt duidelijk naar voren in deze voorstelling. Je zou het zelfs cynisme kunnen noemen. Toch spreekt er ook een diepgewortelde fascinatie en liefde uit.

“Dat is precies wat het is. Het is eigenlijk een liefdesverklaring aan het systeem. Ik zie alleen heel veel mensen in dat systeem die er een rommeltje van maken. Daar gaat voor mij deze voorstelling over, over diegene die de taal inzetten als wapen om ons af te leiden van wat er niet goed is gegaan. Dat vind ik heel moeilijk. Maar het systeem dat wij tegen elkaar zeggen: “hé, we kunnen het niet allemaal alleen. Laten we samen een manier vinden om de besluiten te nemen.” Dat is toch iets schitterends? Ik word daar soms wel emotioneel van. Ik kan echt snotterend naar een debat zitten kijken. Dan denk ik: ja, die zitten het voor ons uit te vechten, wat mooi.”

Jij bent eigenlijk gewoon een superfan van de democratie?

“Precies! Maar ik geloof dat die democratie dus niet gebaat is bij mensen die het voor doen komen alsof alles goed gaat en alsof zij het allemaal goed doen. Ik heb ook zelf als politicus het meest geleerd nadat een project helemaal mis is gegaan. Dan denk je ‘aha, hier moet ik dus alert op zijn’.”

Denk je dat jouw drang om de politiek in te gaan en om op het podium te staan dezelfde motivatie hebben; pleasen en de beste versie van jezelf neerzetten?

“Ik had op het podium wel last van dat ik wilde pleasen, maar het mooie van op het podium stappen is dat je de reactie van het publiek meteen ontvangt. Het publiek accepteert het eigenlijk niet als je eromheen praat. Het werd steeds meer een boetedoening omdat mensen willen horen hoe het echt zit. Wat mij betreft is het theater veel eerlijker dan de politiek soms kan zijn. In de politiek gaat het vaak over antwoord geven en dan haal je alle andere dingen weg, zoals alle emoties en alle twijfel. In het theater pikken mensen het helemaal niet als je alleen maar met de antwoorden komt. Die willen veel meer de vragen horen en alle gevoelens daarbij hebben. Ik denk dat ik echter ben geworden in het theater.”

Heb je het gevoel dat je nu voorgoed de confrontatie bent aangegaan en vrede hebt gemaakt met je tekortkomingen of heb je nog genoeg voer voor de komende jaren?

“Hier niet meer in, dus ik ga geen persoonlijke politieke voorstelling meer maken. Hiervoor heb ik ook een voorstelling over een deel van mijn leven gemaakt. Ik sta nu meer open voor voorstellingen die iets minder in mijzelf peuren, maar iets meer over een maatschappelijk thema gaan en misschien wel geëngageerd zijn. Jan Beuving en ik zijn een oudejaarsconferentie aan het maken, De Andere Oudejaars, die speelt tot het eind van het jaar. Die gaat wel echt over wat er dit jaar gebeurd is, niet alleen maar over hoe ik er zelf in sta.”

Hoe ziet zo’n oudejaarsconferentie eruit in tijden van Corona? Je kunt er niet omheen, maar mensen hebben er aan de andere kant ook wel de buik vol van.

“Mijn lief kwam vorige week voor het eerst kijken en zei ‘wat fijn dat het bijna niet over Corona gaat’, terwijl voor ons de hele voorstelling erover gaat. Maar het is vooral het decor waarbinnen dit jaar zich afspeelt. We hebben niet een specifieke conference over Corona gemaakt, het is meer een soort gevoel waar het in speelt. We beginnen met een heel lang lied waarin we alle nieuwsfeiten van het jaar doornemen en dan heb je Corona eigenlijk wel gehad. En daarna hebben we het meer over wat er verder nog gebeurde dit jaar. Een hele voorstelling over Corona, daar zit volgens mij echt niemand op te wachten, en wij ook niet.

Maar dat is bij Ik betreur de ophef eigenlijk ook zo. Gaat die nou over politiek? Voor mijn gevoel eigenlijk helemaal niet zo. Het gaat veel meer over: in hoeverre durf je daadwerkelijk jezelf te zijn en durf je te erkennen dat je fouten maakt? Politiek is slechts de arena waarin het plaatsvindt. Ik heb zoveel reacties van mensen op die voorstelling gehad die ook helemaal niet over politiek gingen. Dat heeft daar denk ik mee te maken, dat men die worsteling herkent van ‘ben ik genoeg’ en ‘wie ben ik’. Dat zijn allemaal vragen die er doorheen zitten. Ik ga Ik betreur de ophef binnenkort waarschijnlijk nog één keer spelen, voor de bodes in de Tweede Kamer!”

Benieuwd geworden naar Ik betreur de ophef? De voorstelling is nu online te bekijken voor maar €2,99.

Foto's door Merlijn Doomernik

Laatst door jou bekeken